ECLI:NL:GHDHA:2020:769
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens ontbreken grieven
In deze strafzaak is het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 8 mei 2019. De verdachte, zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, is niet verschenen bij de terechtzitting van het gerechtshof Den Haag op 9 maart 2020. De advocaat-generaal heeft namens het Openbaar Ministerie gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep omdat geen grieven zijn ingediend.
De verdachte heeft geen schriftelijke grieven tegen het vonnis ingediend en heeft ook ter zitting geen mondelinge bezwaren geuit. Het hof heeft ambtshalve geen redenen kunnen vinden om de zaak inhoudelijk te behandelen. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Het arrest is uitgesproken op 9 maart 2020 door de meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag. Twee van de drie rechters waren niet in staat het arrest mede te ondertekenen, maar het arrest is rechtsgeldig gewezen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.