ECLI:NL:GHDHA:2020:774
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens ontbreken grieven
In deze strafzaak is het hoger beroep behandeld door het Gerechtshof Den Haag. De verdachte is niet verschenen ter terechtzitting en heeft geen schriftelijke grieven tegen het vonnis van de politierechter ingediend. Ook heeft hij ter zitting geen mondelinge bezwaren geuit. De advocaat-generaal heeft daarom gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep.
Het hof heeft ambtshalve onderzocht of er redenen waren om de zaak inhoudelijk te behandelen, maar heeft deze niet kunnen vinden. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Het arrest is gewezen door een meervoudige kamer van het hof en uitgesproken op 10 maart 2020. De beslissing is genomen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak, omdat de verdachte geen grieven heeft ingebracht die een behandeling rechtvaardigen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.