ECLI:NL:GHDHA:2020:887
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over niet-belasting van inkomsten uit tijdelijke verhuur van gedeelte eigen woning
Belanghebbende verhuurde in 2016 via Airbnb een gedeelte van haar eigen woning in verschillende periodes, waarvoor zij huurinkomsten ontving. De Inspecteur had 70% van deze huurinkomsten als belastbare voordelen uit eigen woning aangemerkt en een navorderingsaanslag opgelegd. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslag.
In hoger beroep betoogde de Inspecteur dat ook de tijdelijke verhuur van een gedeelte van de eigen woning belast moet worden als voordelen uit eigen woning en dat de kamerverhuurvrijstelling niet van toepassing was. Het Hof oordeelde dat artikel 3.113 Wet IB 2001 ziet op verhuur van de gehele woning en niet op een gedeelte daarvan, en dat de kamerverhuurvrijstelling wel van toepassing is, ook al ontbrak de formele inschrijving van huurders in de Basisregistratie Personen.
Het Hof concludeerde dat het buiten de heffing laten van de huurinkomsten terecht is en dat het hoger beroep van de Inspecteur ongegrond is. De uitspraak van de Rechtbank blijft daarmee in stand en het hoger beroep wordt verworpen. Het griffierecht wordt geheven van de Inspecteur.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank blijft in stand.