Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 12 mei 2020
[appellant] ,
1. [geïntimeerde 1] ,
2. [geïntimeerde 2] ,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Beslissing
- vernietigt het vonnis van de rechtbank Den Haag van 29 maart 2017, voor zover in de vrijwaring gewezen, voor zover daarin [appellant] is veroordeeld aan [geïntimeerde 1] te betalen de helft van al hetgeen waartoe [geïntimeerde 1] in de hoofdzaak jegens de curator is veroordeeld, waaronder de proceskosten van de hoofdzaak in eerste aanleg;
- bekrachtigt het vonnis, voor zover in de vrijwaring gewezen, voor het overige;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van het principaal appel, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde 1] begroot op € 313,-- aan verschotten en € 2.148,00 aan salaris advocaat en aan de zijde van [geïntimeerde 2] op € 313,-- aan verschotten en € 1.611,-- aan salaris advocaat;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van het incidenteel appel, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde 1] begroot op € 1.074,-- aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.