ECLI:NL:GHDHA:2020:910
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- E.A. Mink
- A. Zonneveld
- A.A.F. Donders
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verdeling woning en inboedel na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd geweest in algehele gemeenschap van goederen en zijn gescheiden. Zij kochten samen een woning die later onderwerp van geschil werd over de wijze van verdeling.
De man kwam in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank waarin werd bepaald dat de woning aan een derde moest worden verkocht en dat hij €4.000,- aan de vrouw moest betalen voor inboedel die zij had achtergelaten. De man stelde dat hij de woning kon overnemen en de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek kon laten ontslaan, maar kon dit niet voldoende onderbouwen.
Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht had beslist dat de woning verkocht moest worden, omdat de man onvoldoende had aangetoond dat hij de hypotheek kon overnemen. Wel werd het vonnis vernietigd voor het bedrag dat de man aan de vrouw moest betalen voor de inboedel. Het hof stelde de waarde van de inboedel op €4.400,- bij de peildatum van de verdeling en bepaalde dat de man €2.200,- aan de vrouw moet betalen, maar omdat hij al €4.000,- had betaald, moet de vrouw €1.800,- aan de man terugbetalen.
De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd en het overige van het vonnis werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis voor de vergoeding van de inboedel en bepaalt een nieuwe vergoeding, bekrachtigt de verkoop van de woning aan een derde.