Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
€ 457,- bruto per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.
- het principaal appel van de man ongegrond te verklaren;
- in incidenteel appel de bestreden beschikking te vernietigen voor zover het de partneralimentatie betreft en te bepalen dat de man met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand dient bij te dragen in het levensonderhoud van de vrouw met een bedrag van € 1.327,- bruto per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.
Procesrechtelijk
Behoefte vrouw
€ 800,- aan kosten van de dochter, dient de huwelijksgerelateerde behoefte van de vrouw volgens de man op € 2.112,- netto per maand te worden gesteld.
Ingangsdatum
Aanvullende behoefte vrouw
Draagkracht man
Jusvergelijking
€ 485,- aan hypotheekaflossing, zien niet op de eigen woning van de vrouw. Het betreft de rente en aflossing van een gemeenschappelijke geldlening van partijen, aangegaan en aangewend om - naar het hof begrijpt - de hypothecaire leningen betreffende twee gezamenlijke appartementsrechten van partijen volledig af te lossen. Op grond van artikel 6:10 BW Pro zijn partijen beiden, ieder voor de helft draagplichtig voor deze schuld. De man heeft niet betwist dat de vrouw deze bedragen van in totaal € 1.163,- per maand feitelijk voldoet, zodat het hof deze in aanmerking zal nemen onder post 134 ‘overige lasten’ van de draagkrachtberekening.
Te veel ontvangen partneralimentatie
beschikkende:
3 januari 2020 op € 333,- per maand, wat de na heden te verschijnen termijnen betreft bij
vooruitbetaling te voldoen;