Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest in kort geding van 5 januari 2021
1.Coöperatie [naam] U.A.,
curator van [naam] Holding B.V.,
- het procesdossier van eerste aanleg, waaronder het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in kort geding van de rechtbank Den Haag van 11 maart 2020 (hierna: het bestreden vonnis);
- de dagvaarding in hoger beroep van 7 april 2020, met daarin opgenomen drie grieven (met producties);
- de memorie van antwoord (met producties);
- de akte overlegging producties, tevens wijziging van eis van [appellant] c.s. van 17 december 2020 (met producties 10 t/m 28), op voorhand toegestuurd en door het hof ontvangen op 3 december 2020;
- productie 37 van de Curator (ontvangen op 14 december 2020);
- de producties 29 en 30 van [appellant] c.s. (ontvangen op 16 december 2020).
(a) De voorzieningenrechter hanteert de toetsingsmaatstaf uit het arrest van ed Hoge Raad (hierna: HR) van 20 december 2019 [1] .
(b) Omdat in het ontruimings-pachtvonnis geen gemotiveerd oordeel over de uitvoerbaarverklaring bij voorraad is gegeven, zal de voorzieningenrechter zowel omstandigheden van vóór als ná die beslissing meewegen.
(c) Er is geen sprake van een (hoog) executierisico. Mocht de Curator in hoger beroep geen gelijk krijgen, dan kwalificeert het door [appellant] c.s. betaalde bedrag als een boedelschuld, dus met een hoge rang. Alleen het salaris van de Curator zou voor gaan, De boerderij wordt getaxeerd op € 640.000. De Curator wil deze na ontruiming verkopen, zodat er naar verwachting genoeg overblijft om in dat geval [appellant] c.s. te betalen.
(d) Dat de ontruiming bij [appellant] c.s. een noodtoestand zal veroorzaken is niet gebleken.
(e) De door [appellant] c.s. gestelde zekerheid is onvoldoende.
(f) Er is geen sprake van een kennelijke misslag.
(g) De belangenafweging valt in het voordeel uit van de Curator, nu niet vande Curator kan worden verwacht dat hij langer wacht met de executie en de verdere afwikkeling van het faillissement.
- een onherroepelijke uitspraak is gewezen in de pauliana-procedure die thans onder
zaaknummer 200.253.760 in behandeling is bij het hof Den Haag, en
- een onherroepelijke uitspraak is gewezen in de 88-procedure.
met veroordeling van de Curator in de proceskosten.
Beoordeling van het hoger beroep
kennelijkemisslag (een evidente fout). Als al gemotiveerd over de uitvoerbaarverklaring bij voorraad is beslist, mogen, afgezien van het geval van een kennelijke misslag, alleen nieuwe feiten worden meegewogen [2] . In het licht van dit alles zal het hof de grieven beoordelen.
Grief 1
Overigens heeft de Curator bij pleidooi betoogd dat hij de middag ervoor een koopovereenkomst heeft gesloten voor de boerderij. Volgens de Curator is de koper op de hoogte van de mogelijke bodemverontreiniging. Hij is desondanks bereid om een bedrag te betalen dat in de buurt komt van de taxatiewaarde van € 440.000.
Grief 2
Grief 3
Slotsom
Beslissing
- bekrachtigt het bestreden vonnis;
- wijst af het in hoger beroep meer of anders gevorderde;
- veroordeelt [appellant] c.s. in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van de Curator begroot op € 332 aan griffierecht en € 3.222 aan salaris voor de advocaat;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.