Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 22 juni 2021
EBB Development Limited,
[appellant 2],
Samsung Electronics CO,
Het geding
- De appeldagvaarding van 9 december 2019 waarbij EBB c.s. in hoger beroep is gekomen van een door de rechtbank Den Haag tussen partijen gewezen vonnis van 18 september 2019;
- De memorie van grieven (met producties) van EBB c.s.;
- De memorie van antwoord, tevens grieven in incidenteel appel (met producties) van Samsung;
- De memorie van antwoord in incidenteel appel van EBB c.s.;
- De akte houdende overlegging producties (46 tot met 54) en de akte overlegging aanvullende producties (55) van Samsung;
- De pleitnotities van beide partijen die zij bij het op 20 mei 2021 (via een videoverbinding) gehouden pleidooi hebben overgelegd.
Waar gaat de zaak over?
De feiten
De vorderingen in eerste aanleg en het vonnis
De vorderingen in hoger beroep en de grieven
principaalhoger beroep heeft EBB c.s. gevorderd het bestreden vonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, bij arrest alsnog alle vorderingen van Samsung af te wijzen, Samsung te veroordelen tot terugbetaling van het in eerste aanleg door EBB c.s. betaalde bedrag aan proceskostenveroordeling, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling door EBB c.s. tot de dag van terugbetaling door Samsung en Samsung te veroordelen in de kosten van beide instanties.
eersteen
tweedegrief heeft de rechtbank de verklaringen van [appellant 2] ter gelegenheid van de comparitie, hoewel juist weergegeven, verkeerd geïnterpreteerd. Daardoor is de rechtbank ten onrechte tot de conclusie gekomen dat de aanvraag voor het BIBBY-Beneluxmerk is gedaan met een speculatief oogmerk en niet is gedaan met het oog op gebruik volgens de wezenlijke functie van het merk. EBB c.s. heeft ter onderbouwing van haar stelling een verklaring van [betrokkene] overgelegd. De
derdegrief ziet op de feiten en omstandigheden die de rechtbank ten grondslag heeft gelegd aan het oordeel dat de aanvraag van het BIBBY-Beneluxmerk te kwader trouw is gedaan. Volgens EBB c.s. volgt nergens uit dat zij een gunstige onderhandelingspositie tracht te verwerven. De
vierdegrief is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat EBB c.s. het BIBBY-Beneluxmerk heeft aangevraagd teneinde oppositie in te stellen tegen het BIXBY-merk van Samsung. Objectieve factoren die dat oordeel ondersteunen, ontbreken volgens EBB c.s. Volgens de
vijfdegrief is niet relevant dat de [appellant 2]-bedrijven over een grote hoeveelheid merken beschikken. De
zesdegrief is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat Samsung voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij schade heeft geleden. De
zevendegrief richt zich tegen het oordeel dat [appellant 2] in persoon aansprakelijk is.
incidenteelhoger beroep heeft Samsung gevorderd het bestreden vonnis te bekrachtigen, met veroordeling van de EBB c.s. in de
volledigekosten van beide instanties, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
Beoordeling van het hoger beroep
hidden priority trap’. Het door EBB c.s. gevoerde merkbeleid is uitsluitend gericht op waarborging van de exclusiviteit van de eigen merken wereldwijd. De [appellant 2]-bedrijven hebben de intentie die merken te gaan gebruiken (onder meer om uit China afkomstige producten in de westerse markt te kunnen zetten) waardoor zij die tijdig, exclusief in bezit moeten hebben. Dat is ook verklaard door [appellant 2] tijdens de comparitie in eerste aanleg maar door de rechtbank verkeerd begrepen. Voor wat betreft het Benelux-merk BIBBY is er de intentie om dit merk te gaan gebruiken voor een app. Iedere merkaanvraag moet op zijn eigen merites worden beoordeeld; het is dan niet relevant dat EBB c.s. vele andere merkregistraties op haar naam heeft staan.
his primary objective is to own sufficient trademark assets for his new products and services” is te algemeen, nog los van het feit dat [betrokkene] gelet op zijn betrokkenheid bij de [appellant 2]-bedrijven niet onbevooroordeeld lijkt te zijn. EBB c.s. heeft nog gewezen op de oprichting van N-Cubator B.V. (te Swalmen) voor (Chinese) startup ondernemingen in de technische sector die apps ontwikkelen en dat deze vennootschap daadwerkelijk de intentie zou hebben om (na overdracht) het BIBBY-Beneluxmerk te gaan gebruiken. Ook deze stelling is niet nader onderbouwd terwijl als onweersproken vast staat dat alle websites van N-Cubator B.V. momenteel offline zijn en onduidelijk is of N-Cubator B.V. nog actief is. Dat er daadwerkelijk de intentie is geweest om het BIBBY-Beneluxmerk te gaan gebruiken kan daarom niet worden vastgesteld.
zesdegrief is aangevoerd dat er geen aanwijzingen zijn voor concrete schade en dat de rechtbank voorbij is gegaan aan hetgeen EBB c.s. daarover in nr. 74-76 conclusie van antwoord heeft betoogd, te weten dat Samsung aannemelijk dient te maken dat zij schade heeft geleden, dat zij daarin te vaag is en dat ook niet valt in te zien welke kosten er zijn gemaakt ter voorkoming van problemen door het niet kunnen beschikken over de merken en reputatieschade. In hoger beroep is daaraan toegevoegd dat de kosten bekend zijn zodat ze kunnen worden begroot.
incidenteel appelis Samsung met één grief opgekomen tegen afwijzing van de vordering tot vergoeding van de volledige proceskosten. Volgens Samsung is artikel 1019h Rv van toepassing nu de nietigheidsvordering is aan te merken als een vooruitgeschoven verweer tegen dreigende handhaving. Samsung heeft daarbij verwezen naar de sommatiebrieven van juni 2017 waarin EBB c.s. Samsung heeft gesommeerd de vermeende “inbreuk” te staken. Ook is hier volgens Samsung sprake van “wapperen” met IE-rechten. Daarmee is er voldoende “concrete dreiging” van handhaving van een IE-recht.
Beslissing
in zoverre opnieuw rechtdoende: