In deze ontnemingszaak stond de betrokkene terecht voor opzetheling van 16 laptops. De politierechter had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €8.000,00 en betaling aan de Staat opgelegd. Namens de betrokkene werd hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis.
Het hof heeft het bewijs en de verklaringen, waaronder die van de koper, onderzocht en oordeelde dat de betrokkene wel degelijk wederrechtelijk voordeel had behaald. De stelling van de betrokkene dat hij de laptops voor dezelfde prijs had gekocht en verkocht werd niet geloofwaardig geacht.
Op basis van het rapport van de bevoegde opsporingsambtenaar en de verklaringen werd het bedrag van €8.000,00 vastgesteld als het wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene had geen kosten aannemelijk gemaakt die dit bedrag zouden verminderen.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht door de ontnemingsvordering te bevestigen, met oplegging van betaling aan de Staat en een gijzelingstermijn van 160 dagen bij niet-betaling.
Het arrest werd gewezen door mr. W.J. van Boven, mr. A.L. Frenkel en mr. R. van der Hoeven, waarbij laatstgenoemde niet kon ondertekenen.