Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
BESCHIKKING
[verzoeker],
Reis- en verblijfkosten
Beslissing
€ 223.642,50 (tweehonderddrieëntwintigduizend zeshonderdtweeënveertig euro en vijftig cent).
Gerechtshof Den Haag
Het Gerechtshof Den Haag heeft op 18 juni 2021 een beschikking gegeven op een verzoek tot vergoeding van proceskosten door verzoeker, die in een eerdere strafzaak volledig werd vrijgesproken. De zaak betreft een complexe fiscale strafzaak waarin verzoeker werd verdacht van belastingontwijking via kunstmatige verliezen.
Na vernietiging van het vonnis van de rechtbank en vrijspraak door het hof in 2019, vroeg verzoeker vergoeding van bijna 900.000 euro aan kosten voor rechtsbijstand, reis- en verblijfskosten. De advocaat-generaal stemde grotendeels in met de vergoeding, maar het hof matigde de gevorderde bedragen op grond van billijkheid.
Het hof oordeelde dat de kosten voor procedures in het Verenigd Koninkrijk onredelijk hoog waren en dat deze kosten bovendien niet door verzoeker zelf waren betaald, maar door een opgeheven vennootschap. Daarom wees het hof deze kosten af. Voor de overige kosten paste het hof een redelijke verdeling toe en matigde het bedrag met 50%, mede vanwege de rol van verzoeker en diens fiscale deskundigheid.
Uiteindelijk kende het hof een vergoeding toe van €223.642,50, bestaande uit reis- en verblijfkosten, een gematigd bedrag aan rechtsbijstandskosten en een forfaitaire vergoeding voor het verzoekschrift. Het hof wees het overige verzoek af en beval de betaling ten laste van de Staat.
Uitkomst: Het hof kent een gematigde vergoeding van €223.642,50 toe aan verzoeker voor proceskosten na vrijspraak.