ECLI:NL:GHDHA:2021:1229
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- R.M. Bouritius
- E.J. van As
- J.A.W. van 't Westeinde
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van invoer van 48.700 MDMA-pillen
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het invoeren van circa 48.700 pillen met MDMA, een middel opgenomen in lijst I van de Opiumwet, in de periode van maart tot april 2012. De rechtbank Rotterdam veroordeelde verdachte tot drie jaar gevangenisstraf, maar het hoger beroep werd ingesteld tegen dit vonnis.
Het hof heeft het bewijs en de processtukken opnieuw onderzocht en oordeelde dat er onvoldoende overtuigend bewijs was dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd. Hoewel sprake was van een overschrijding van de redelijke termijn tussen aanhouding en vonnis, vond het hof geen grond om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven. De uitspraak werd gedaan op 22 juni 2021 door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van het tenlastegelegde invoeren van MDMA-pillen.