ECLI:NL:GHDHA:2021:1243
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake executiegeschil dwangsommen in nalatenschapszaak
Deze zaak betreft een hoger beroep in een executiegeschil over dwangsommen opgelegd aan de executeur en enige erfgenaam in een nalatenschap. De vraag was of de executeur voldoende inspanningen had verricht om alle gevraagde informatie te verstrekken die nodig is voor de berekening van de legitieme portie van de legitimaris.
De moeder van appellant overleed in 2016, waarbij appellant als enige erfgenaam en executeur was benoemd. Geïntimeerde, als legitimaris, vorderde informatie over bankrekeningen, belastingaangiften, taxatierapporten en andere vermogensbestanddelen. De voorzieningenrechter legde dwangsommen op voor het niet verstrekken van deze gegevens. In eerste aanleg werd het maximum van de dwangsommen verlaagd, hetgeen appellant in hoger beroep aanvocht.
Het hof oordeelde dat appellant slechts gedeeltelijk aan zijn verplichtingen had voldaan, met name inzake de ING-rekeningen, maar onvoldoende inspanningen had verricht om bankafschriften van andere rekeningen en de administratie van een derde te verkrijgen. Ook was appellant niet in overmacht om de dwangsommen te ontlopen. De verlaging van het maximum van de dwangsommen werd vernietigd en het verzoek tot vermindering afgewezen. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vermindering van de dwangsommen af en veroordeelt appellant in de proceskosten.