Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
De moeder bestrijdt de juistheid van de door de vader overgelegde verklaringen van de school in Egypte. Volgens haar is [minderjarige 1] in september 2018 niet als leerling in Egypte geregistreerd en heeft hij die school in 2018 en 2019 niet dagelijks bezocht. De door de vader ingebrachte bewijsstukken zijn volgens de moeder niet afkomstig van de gestelde school. De moeder stelt dat zij op 12 december 2018 met [minderjarige 1] in Egypte is aangekomen, dat zij vervolgens zijn doorgereisd naar [plaats] , dat zij op 17 februari 2019 terug naar Egypte zijn gegaan om vervolgens op 17 april 2019 weer terug te keren naar Nederland. Het verblijf in Egypte in die periode was gedwongen, omdat de vader tegen de gemaakte afspraken in niet bereid was retourtickets te boeken en te betalen en zij niet in staat was deze zelf te betalen. Zij heeft dus toen eerst op 17 april 2019 met de minderjarigen naar Nederland kunnen terugkeren. Gedurende het gedwongen verblijf in Egypte heeft [minderjarige 1] incidenteel een kinderdagverblijf in [plaats] en Egypte bezocht. Per 1 mei 2019 is de moeder in Nederland gestart met haar eigen onderneming en bezochten de minderjarigen weer de kinderopvang “ [naam kinderopvang 1] “, en daarna “ [naam kinderopvang 2] ”. Op 11 september 2019 is de moeder weer met de minderjarigen naar Egypte gereisd voor omgang van de minderjarigen met de vader. Zij is door ziekte in oktober 2019 teruggekeerd naar Nederland, zonder de minderjarigen. Dat is de eerste en enige keer geweest dat zij alleen naar Nederland reisde en de minderjarigen in Egypte bleven. De minderjarigen zijn op 27 november 2019 in Nederland teruggekeerd; dit is door de vader georganiseerd. Hiermee wordt ook bevestigd dat de gewone verblijfplaats van de minderjarigen Nederland was en is. Na 27 november 2019 zijn de minderjarigen niet meer voor omgang in Egypte geweest. De moeder betwist dat zij in maart 2020 heeft aangegeven niet met de minderjarigen terug te zullen keren naar Egypte. Zij begrijpt niet waar de vader deze datum op baseert. Zo er al sprake is geweest van onrechtmatige achterhouding van de minderjarigen, wat de moeder betwist, dan is dat in 2019 geweest. Dit betekent dat inmiddels ook rekening moet worden gehouden met de worteling van de minderjarigen in Nederland.