Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 22 juni 2021
[de vrouw] ,
[de man] ,
Het geding
- de appeldagvaarding van 23 april 2021 waarbij de vrouw in hoger beroep is gekomen van een door de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam tussen partijen gewezen vonnis van 2 april 2021 (hierna: het bestreden vonnis), met producties;
- de door de vrouw ingediende processtukken van de eerste aanleg;
- de ter rolzitting van 25 mei 2021 ingediende memorie van antwoord, tevens houdende memorie van grieven in incidenteel appel.
Korte weergave van de zaak
- [de minderjarige] verblijft een zaterdag of zondag per week bij de man gedurende drie maanden, in bijzijn van zijn partner, waarbij de man [de minderjarige] om 11.30 uur haalt en haar tussen 19.00 uur en 20.00 uur naar de vrouw terugbrengt;
- de volgende drie maanden verblijft [de minderjarige] eenmaal per twee weken van zaterdag 11.30 uur tot en met zondag (in de even weekenden) bij de man, in aanwezigheid van zijn partner, waarbij de man [de minderjarige] op zaterdag om 11.30 uur ophaalt en haar op zondagavond tussen 19.00 uur en 20.00 uur naar de vrouw terugbrengt;
- daarna verblijft [de minderjarige] eenmaal per twee weken van vrijdagmiddag tot zondagavond (in de even weekenden) bij de man, waarbij de man [de minderjarige] op vrijdagmiddag om 14.00 uur uit school haalt en haar op zondagavond tussen 19.00 uur en 20.00 uur naar de vrouw terugbrengt. Indien de man niet bereid is om [de minderjarige] op vrijdagavond naar haar sportactiviteit te brengen, zal de omgang vanaf zaterdag 11.30 uur starten;
- indien de vrouw niet voldoet aan de veroordeling om deze zorgregeling na te komen, is zij een dwangsom verschuldigd van € 100,- per dag of dagdeel dat zij niet aan de veroordeling voldoet, tot een maximum van € 5.000,- is bereikt.
De vorderingen van partijen
- In het incident: schorsing van de werking van het bestreden vonnis voor de duur van de procedure in hoger beroep, met veroordeling van de man in de kosten van het incident;
- In de hoofdzaak: dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en zal bepalen dat de zorgregeling tussen de man en [de minderjarige] wordt opgeschort en zal worden opgebouwd/hervat in samenspraak met en onder begeleiding van de medewerkers van het traject ‘Ouderschap na Scheiding’ dan wel dat de omgang tussen de man en [de minderjarige] door een andere professionele partij zal worden begeleid; met veroordeling van de man in de kosten van beide instanties.
Beoordeling
- de incidentele vordering van de vrouw;
- zijn er gewijzigde omstandigheden die maken dat de zorgregeling moet worden opgeschort? Zo nee, hoe en met welke eventuele opbouw moet de zorgregeling worden hervat?
- de aan de veroordeling tot nakoming aan de vrouw opgelegde dwangsommen;
- moet aan een veroordeling tot nakoming het dwangmiddel van gijzeling worden verbonden?
- de proceskosten.