ECLI:NL:GHDHA:2021:1338
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep na contractuele verdeling woning tussen samenwoners
Partijen, een ongehuwd stel met twee kinderen, kochten in 2012 gezamenlijk een woning. Na het beëindigen van hun relatie in 2017 wilde de man de onverdeeldheid van de woning beëindigen en startte een kort geding. De voorzieningenrechter beval verkoop aan een derde indien de vrouw de woning niet kon overnemen.
Het hof oordeelde in een incident dat het bevel tot verkoop een verdelingshandeling is die exclusief aan de bodemrechter toekomt, waardoor de voorlopige maatregel niet rechtsgeldig was. Partijen bereikten vervolgens een overeenkomst (convenant) over de verdeling van de woning en aanverwante hypothecaire lening.
Door deze contractuele verdeling ontbreekt de rechter rechtsmacht om de verdeling vast te stellen of het convenant te bekrachtigen. Het hof verklaart het hoger beroep van de vrouw niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens contractuele verdeling; proceskosten worden gecompenseerd.