ECLI:NL:GHDHA:2021:1341
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging nakoming omgangsregeling met aanpassing woensdagregeling
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis dat haar veroordeelde tot nakoming van een omgangsregeling met haar minderjarige kind, waarbij de vader omgang heeft volgens een vast schema. De vrouw had de omgang stopgezet vanwege zorgen over het welzijn van het kind, onder meer door een brandwond en een anonieme melding. Het hof oordeelt dat er geen nieuwe feiten zijn die contra-indicaties voor omgang rechtvaardigen. De zorgen van de vrouw betreffen herhalingen van eerdere bezwaren zonder onderbouwing met nieuwe stukken.
De omgang tussen vader en kind is hervat en verloopt volgens de weekendregeling goed. De woensdagregeling is praktisch niet uitvoerbaar voor de vader, waardoor het hof deze regeling voorlopig wijzigt. De dwangsom tegen de vrouw wordt gehandhaafd als prikkel tot nakoming. Het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid wordt afgewezen. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Het arrest bevestigt het belang van het kind bij omgang met beide ouders en benadrukt dat proces-economische overwegingen en lopend onderzoek door de raad voor de kinderbescherming een rol spelen in de beoordeling van het geschil.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis tot nakoming van de omgangsregeling met aanpassing van de woensdagregeling en handhaaft de dwangsom.