De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 2 oktober 2019, waarin zij onder meer de toewijzing van de helft van de huurpenningen aan de man en haar vorderingen omtrent eigenaarslasten, onderhoudskosten en pensioenverevening betwistte.
Het hof oordeelt dat de man het bedrag van € 6.806,63 aan pensioenverevening aan de vrouw moet voldoen, vermeerderd met wettelijke rente, omdat hij wist dat hij vanaf de ontbinding van het huwelijk een deel van het pensioen aan haar moest doorbetalen. De vordering van de vrouw tot vergoeding van onderhoudskosten wordt afgewezen, omdat zij zonder toestemming van de man de werkzaamheden heeft verricht.
De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de vrouw de eigenaarslasten moet dragen, conform de gemaakte afspraken tijdens de echtscheiding. De huurpenningen worden als vrucht van het goed verdeeld naar ieders aandeel: 54% voor de vrouw en 46% voor de man. De man moet daarom € 528 aan de vrouw terugbetalen. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd.