Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 1 juni 2021
[de moeder] ,
[de man],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Beslissing
- laat [de moeder] toe tot het bewijzen van haar stelling dat erflaatster en wijlen haar echtgenoot in 1998 een overeenkomst van geldlening met [de (klein)dochter] hebben gesloten op grond waarvan erflaatster en wijlen haar echtgenoot een bedrag van ƒ150.000,- (€ 68.067,-) aan [de (klein)dochter] hebben verstrekt;
- bepaalt dat, indien [de moeder] getuigen wil doen horen, de getuigenverhoren zullen worden gehouden in een der zittingszalen van het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te
- verwijst de zaak naar de rol van 29 juni 2021 voor opgave door [de moeder] van verhinderdata van haarzelf en de te horen getuige(n) en door [de (klein)dochter] van verhinderdata over de periode tot en met december 2021 voor de bepaling van de zitting voor de te houden getuigenverhoren;
- bepaalt dat de namen en woonplaatsen van de getuigen ten minste een week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier worden opgegeven;
- houdt iedere verdere beslissing aan.