ECLI:NL:GHDHA:2021:1355
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep na contractuele verdeling huwelijksgoederengemeenschap
Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en het huwelijk is in 2011 in de Verenigde Staten ontbonden. De man vorderde in eerste aanleg de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, waaronder toewijzing van de voormalige echtelijke woning aan hem zonder nadere verrekening.
De rechtbank wees deze vorderingen af vanwege onduidelijkheid over de omvang van de gemeenschap. In hoger beroep vorderde de man alsnog de verdeling bij helfte, met toewijzing van de woning aan hem onder verrekening van hypothecaire schulden en overwaarde.
Tijdens het hoger beroep overhandigde de man een door beide partijen ondertekend verdelingsconvenant waarin de omvang en verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap was vastgelegd. Het hof oordeelde dat hiermee sprake was van een contractuele verdeling, waardoor geen taak meer voor de rechter restte. Daarom werd de man niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Hof verklaart man niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens contractuele verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.