Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 18 mei 2021
Het verloop van het geding
De beoordeling van het hoger beroep
Bestreden vonnis 27 maart 2019
Enige feiten
Wie is erfgenaam?
“Tijdens de comparitie waren [de man] en [erfgenaam/executeur] het erover eens dat [erfgenaam/executeur] enig erfgenaam is van [erflater] . De vordering tegen gedaagde sub 2 (toevoeging hof: geïntimeerden sub 2 in de onderhavige procedure) zal daarom worden afgewezen.”. Tegen deze overweging heeft appellant geen grief gericht. Appellant bevestigt daarentegen in de memorie van grieven (onder 16) dat ‘de gezamenlijk erfgenamen’ beperkt zijn en samenvallen met [erfgenaam/executeur] . Het hof gaat er dan ook van uit dat de procedure alleen wordt gevoerd tussen appellant en geïntimeerde sub 1.
De vordering van appellant
Wanneer is de samenlevingsovereenkomst beëindigd tussen appellant en erflater?
indien, zonder dat een opzegging als sub a bedoeld heeft plaatsgevonden, partijen in gezamenlijk overleg de overeenkomst feitelijk hebben beëindigd en zijn overgegaan tot scheiding en deling van hun gezamenlijke vermogensbestanddelen”. Vastgesteld moet worden of erflater en appellant in onderling overleg hun samenlevingsovereenkomst feitelijk hebben beëindigd en zijn overgegaan tot scheiding en deling van hun gemeenschappelijke vermogensbestanddelen.
Overige grieven
€ 131.200,00 aan de onderneming heeft onttrokken. Deze aangifte is opgesteld door [volgt naam] . Het hof gaat er van uit dat de onttrekking – zoals vermeld in de aangifte inkomstenbelasting – ten goede is gekomen aan appellant. Op basis van de door appellant zelf verstrekte gegevens kan het hof vaststellen dat de VOF eind 2009 is gestaakt en dat er geen eigendommen meer te verdelen zijn met betrekking tot de VOF. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat het aan appellant is om voldoende gemotiveerd te stellen dat de administratie in het bezit is van geïntimeerde sub 1. Ook in hoger beroep heeft appellant niet aan zijn stelplicht voldaan: het enkele feit dat er bij geïntimeerde sub 1 een computer is aangetroffen is onvoldoende. De belastingteruggaven van appellant zijn gestort op de rekening van de VOF. Deze storting zal administratief zijn verwerkt in de kapitaalrekening van appellant. Dat er bedragen aan erflater zijn betaald ter zake de grootte van de belastingbedragen geeft dus geen inzicht in de vraag of appellant een vordering had op erflater. Op basis van hetgeen appellant in appel heeft gesteld kan het hof niet vaststellen dat appellant enig bedrag van erflater te vorderen heeft met betrekking tot de afwikkeling van de VOF tussen erflater en appellant. Het hof stelt vast dat appellant niet heeft voldaan aan zijn stelplicht met betrekking tot zijn vorderingen, zodat het hof niet toekomt aan zijn bewijsaanbod. Geen van de grieven treft dus doel, de vorderingen van appellant dienen dus te worden afgewezen.
Proceskosten
Beslissing
€ 3.355,- en aldus gespecificeerd: