ECLI:NL:GHDHA:2021:1505
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- A.N. Labohm
- C. Warnaar
- L.A.G.M. van der Geld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering regres en afwijzing kwalificatie betaling als partneralimentatie
Partijen zijn voormalige echtelieden die in gemeenschap van goederen waren gehuwd. Na echtscheiding werd de woning verkocht met een onderwaarde van €206.319,08, waarvan de vrouw de helft verschuldigd is. De man heeft de volledige schuld voldaan en wenst de betaling van de vrouw als partneralimentatie te kwalificeren om fiscale aftrek te verkrijgen.
Het hof stelt vast dat de man een regresvordering op de vrouw heeft voor de helft van de onderwaarde, inclusief rente en kosten, maar dat de vrouw nog niet heeft betaald. De man kan wettelijke rente vorderen, maar heeft deze niet aangezegd. De man kan de rente en kosten van zijn bankkrediet niet op de vrouw verhalen omdat hij de enige schuldenaar is.
Verder oordeelt het hof dat er geen wettelijke grondslag is om de betaling van de man als afkoop van partneralimentatie te beschouwen, omdat partijen hierover geen afspraken hebben gemaakt. De vrouw verzet zich hiertegen. Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat de vrouw de helft van de onderwaarde moet betalen en wijst af dat de betaling als partneralimentatie kan worden aangemerkt.