ECLI:NL:GHDHA:2021:1601
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- A.A.F. Donders
- A. Zonneveld
- M.A.J. Burgers-Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen gezagsbeëindiging ouders over minderjarige afgewezen wegens schending EVRM
In deze civiele zaak stond de beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag over een minderjarige centraal. De rechtbank had het gezag van beide ouders beëindigd en de gecertificeerde instelling tot voogd benoemd. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
Het hof overwoog dat het gezagsbeëindiging een ingrijpende maatregel is die alleen in uitzonderlijke gevallen is toegestaan, waarbij het belang van het kind en het recht op gezinsleven van de ouders zwaar wegen. Uit de feiten bleek dat de ouders goed samenwerkten, instemden met de uithuisplaatsing van de minderjarige in een gezinshuis en betrokken bleven bij de zorg en opvoeding.
De minderjarige verbleef stabiel in het gezinshuis en was niet bewust van de gevolgen van een gezagswijziging. Het hof vond dat de rechtbank ten onrechte het gezag had beëindigd, omdat niet was aangetoond dat dit in het belang van het kind was en de vereisten van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens waren geschonden.
Daarom vernietigde het hof de bestreden beschikking en wees het verzoek tot beëindiging van het gezag af. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing waren niet in hoger beroep bestreden en bleven ongewijzigd. Het hof benadrukte het belang van continuïteit en stabiliteit in de opvoedsituatie van het kind.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking tot gezagsbeëindiging en wijst het verzoek af, waardoor het ouderlijk gezag wordt hersteld.