In deze zaak stond verdachte terecht voor bedreiging van een Tweede Kamerlid met de dood en het belemmeren van diens vrijheid van beweging op de openbare weg in Den Haag in augustus 2020.
De bedreiging bestond uit het uiten van de woorden ‘Vieze vuile kankerhond, ik zal je doodslaan mongool!’ richting het slachtoffer, waarbij verdachte fysiek dicht bij het slachtoffer stond en hem intimideerde. Het slachtoffer voelde zich hierdoor onveilig en bedreigd, hoewel hij pas een dag later kennis nam van de bedreigende woorden via internetbeelden.
Het hof oordeelde dat sprake was van een voltooide bedreiging, omdat het opzet van verdachte gericht was op het doen ontstaan van vrees bij het slachtoffer en dat de bedreiging geschikt was om die vrees teweeg te brengen. Verdachte werd veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Voor het belemmeren van de vrijheid van beweging werd verdachte schuldig verklaard zonder strafoplegging.
Het hof hield rekening met de ernst van het feit, het publieke belang bij bescherming van politici, en het belast verleden van verdachte, maar matigde de straf deels vanwege positieve stappen die verdachte had gezet in zijn persoonlijke omstandigheden.