ECLI:NL:GHDHA:2021:1721
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- E.A. Mink
- A.A.F. Donders
- A.J. van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie bij bewindvoering met minimale draagkracht man
De zaak betreft een hoger beroep van de bewindvoerder van de man tegen een beschikking over kinderalimentatie. De vrouw was in eerste aanleg niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek niet aan de bewindvoerder was gericht. In hoger beroep wordt dit hersteld, maar het bezwaar leidt niet tot vernietiging omdat het hoger beroep de onvolkomenheden kan herstellen.
De man staat onder wettelijk beschermingsbewind en ontvangt schuldhulpverlening met een vastgesteld vrij te laten bedrag van € 1.663,26 per maand. Zijn draagkracht voor kinderalimentatie is daardoor zeer beperkt. Het hof stelt vast dat de man tot 31 januari 2022 slechts € 25 per maand kan bijdragen. De vrouw betwist de berekening, maar erkent de minimale draagkracht.
Het hof berekent de behoefte van de minderjarige op basis van het gezamenlijke netto besteedbaar inkomen van partijen in 2019, het laatste jaar van hun relatie, en komt uit op € 601 per maand. De man heeft zijn verzoek tot voorlopige voorziening ingetrokken. Het hof vernietigt de bestreden beschikking en bepaalt de kinderalimentatie op € 25 per maand tot 31 januari 2022, uitvoerbaar bij voorraad, en verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot voorlopige voorziening.
Uitkomst: De man betaalt tot 31 januari 2022 € 25 per maand kinderalimentatie, uitvoerbaar bij voorraad.