ECLI:NL:GHDHA:2021:1808
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging partneralimentatiebeschikking na hoger beroep
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep van de man tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin de echtscheiding tussen partijen was uitgesproken en de man was veroordeeld tot het betalen van partneralimentatie van €753 per maand.
De man voerde aan dat de behoefte van de vrouw onvoldoende was onderbouwd en dat de draagkrachtberekening onjuist was, met name met betrekking tot de huurlasten. De vrouw betwistte dit en stelde dat de rechtbank de behoefte en draagkracht correct had vastgesteld.
Het hof overwoog dat de hof-norm als vuistregel voor de behoeftebepaling passend was, mede omdat de vrouw een behoeftelijst had overgelegd die niet was betwist. De man had onvoldoende onderbouwing gegeven voor zijn stelling dat de draagkrachtberekening onjuist was. Nieuwe gronden die de man pas in het slotwoord aanvoerde, werden niet in behandeling genomen wegens strijd met de goede procesorde.
Daarom werd de bestreden beschikking bekrachtigd en het hoger beroep afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot partneralimentatie van €753 per maand en wijst het hoger beroep van de man af.