Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
7989694 \ CV EXPL 19-36652
Gerechtshof Den Haag
Vestia vordert in incidentele procedures de ontruiming van woningen die onderdeel zijn van een herstructureringsplan in de Tweebosbuurt te Rotterdam. De huurders, waaronder [X] c.s. en [Z], weigeren te vertrekken ondanks beëindiging van de huurovereenkomsten. Het hof overweegt dat de ontruiming noodzakelijk is voor de voortgang van de sloop en nieuwbouw, en dat Vestia passende alternatieve woonruimte heeft aangeboden.
Hoewel ontruiming ingrijpende en onomkeerbare gevolgen heeft, blijft het een voorlopige voorziening die geldt tot de hoofdzaak is beslist. Het hof weegt de belangen af en concludeert dat het belang van Vestia bij spoedige ontruiming en het voorkomen van verdere vertraging en sociale problemen in de buurt zwaarder weegt dan het belang van de huurders bij het behoud van hun woningen.
De alternatieve woningen zijn vergelijkbaar en liggen dichtbij, en verhuiskostenvergoedingen zijn aangeboden. Het hof acht de kans groot dat in de hoofdzaak ook aan Vestia zal worden toegewezen. Daarom veroordeelt het hof [X] c.s. en [Z] tot ontruiming binnen vier weken, uitvoerbaar bij voorraad, en houdt het de beslissing over de kosten aan tot de hoofdzaak.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de huurders tot ontruiming van de woningen binnen vier weken, uitvoerbaar bij voorraad.