ECLI:NL:GHDHA:2021:206
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging doodslag en zware mishandeling wegens onvoldoende bewijs vuurwapenafvuren
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam is verdachte vrijgesproken van poging tot doodslag en zware mishandeling. Verdachte werd ervan verdacht op 4 september 2017 in Rotterdam met een vuurwapen op het slachtoffer te hebben geschoten, waarbij het slachtoffer een schotwond in de linkerheup opliep.
Het hof stelde vast dat verdachte weliswaar een vuurwapen bij zich droeg en dat het slachtoffer gewond raakte door een schot, maar dat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat verdachte het wapen daadwerkelijk heeft afgevuurd. Verklaringen van het slachtoffer en medeverdachten waren tegenstrijdig en onvoldoende feitelijk onderbouwd. Ook de opsporingsrapportage was inconsistent en liet ruimte voor twijfel over wie het schot loste.
Daarom oordeelde het hof dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak verdachte vrij. De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd afgewezen omdat de verdachte werd vrijgesproken. De benadeelde partij werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op nihil.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet boven redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat hij het vuurwapen heeft afgevuurd.