ECLI:NL:GHDHA:2021:2109
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering terugbetaling overnamesom wegens geen tekortkoming in nakoming huurovereenkomst
In deze civiele zaak draait het om de vraag of de wederpartij tekort is geschoten in de nakoming van een overeenkomst betreffende de overdracht van huur- en exploitatierechten van een recreatiecomplex. De appellant had €75.000 betaald voor deze rechten, maar ontving geen huurovereenkomst uitsluitend op zijn naam. De rechtbank wees de vordering tot terugbetaling af en het hof bekrachtigt dit oordeel.
Feiten zijn onder meer dat de huurovereenkomst met het recreatiecentrum werd vernietigd wegens dwaling, omdat het bestemmingsplan niet toestond dat de appellant de nieuwbouwfaciliteiten ook voor externe klanten kon exploiteren. De appellant stelde dat de wederpartij tekort was geschoten door niet te zorgen voor een huurovereenkomst alleen op zijn naam, maar het hof oordeelde dat dit niet het gevolg was van tekortkoming van de wederpartij, maar van het recreatiecentrum.
De vordering van appellant tot terugbetaling van de overnamesom faalt, omdat de wederpartij zijn verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst niet heeft geschonden. Het hof veroordeelt appellant in de proceskosten en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van €75.000 wegens tekortkoming in nakoming wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.