Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
Zij op of omstreeks 11 maart 2018 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, althans in Nederland, mevrouw [slachtoffer] heeft mishandeld door haar
Gerechtshof Den Haag
In deze strafzaak stond een verpleegkundige terecht wegens mishandeling met de dood tot gevolg van een patiënte in een zorginstelling. Primair werd haar mishandeling ten laste gelegd, subsidiair roekeloosheid en nalatigheid met fatale gevolgen. De rechtbank sprak haar primair vrij en veroordeelde subsidiair tot een taakstraf.
Het hof vernietigde dit vonnis en sprak de verdachte volledig vrij. Het hof oordeelde dat het primair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. De verklaringen van getuigen waren onderling en in tijd inconsistent en gekleurd, met name die van één getuige. De verdachte had de patiënte begeleid en losgelaten op een wijze die niet ongebruikelijk is in de zorg.
Daarnaast was de causaliteit tussen het handelen van de verpleegkundige en het overlijden door een longontsteking doorbroken, mede doordat de heupbreuk pas post-mortaal werd vastgesteld. De beslissing om geen ziekenhuisopname te doen en een palliatief traject te starten, brak de causale keten.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid. De verdachte werd vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: De verpleegkundige wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van schuld en doorbroken causaliteit.