Uitspraak
1.De zaak en deze beschikking in het kort
2.Het geding en de omvang van het geschil in het incident
- een journaalbericht van 2 februari 2021 met bijlagen, ingekomen op 3 februari;
- een journaalbericht van 3 februari 2021 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum.
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat en [naam tolk] , tolk in de Franse taal;
- de gecertificeerde instelling, vertegenwoordigd door [vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling] ;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
3.De motivering van de beslissing
- [minderjarige] heeft vanaf haar geboorte tot december 2018 bij de moeder gewoond en de moeder was de hoofdopvoeder;
- De machtiging uithuisplaatsing (15 mei 2019 tot 15 november 2019) is verleend omdat er onzekerheid was over het verblijfsrecht en de vaste verblijfplaats van de moeder;
- Van verdere opbouw van het contact tussen de moeder en [minderjarige] is niet veel terecht gekomen. Het begeleid bezoek van 8 november 2020 is niet doorgegaan omdat de vader niet wilde meewerken;
- De rechtbank acht het zeer zorgelijk dat de vader het pas opgestarte contact tussen [minderjarige] en de moeder op 8 november 2020 niet heeft doorgezet. Dit moet voor [minderjarige] bijzonder teleurstellend zijn geweest. Juist continuïteit en structuur in het contact met moeder is van groot belang;
- Tegenover het gebrek aan ondersteuning van de vader in de totstandkoming van een reguliere omgang staat dat de moeder de vader altijd heeft toegelaten. De moeder heeft ingestemd met het verblijf van [minderjarige] bij hem toen zij geen woonruimte had en het voor [minderjarige] beter was als ze tijdelijk bij de vader zou gaan wonen;
- De gronden waarop de machtiging uithuisplaatsing destijds is verleend zijn vervallen en terugkeer van [minderjarige] naar de moeder ligt in de rede;
- De vader heeft vanaf het moment waarop [minderjarige] bij hem is komen wonen (december 2018) het contact met de moeder afgehouden;
- De rechtbank realiseert zich dat [minderjarige] niet van de één op de andere dag bij de moeder kan gaan wonen. De rechtbank zal het hoofdverblijf dan ook per 22 februari 2021 bij de moeder bepalen. Die datum is de start van de voorjaarsvakantie in de regio waar de moeder woont.