ECLI:NL:GHDHA:2021:2600
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen wegens niet opgegeven buitenlands vermogen
Belanghebbende heeft in zijn aangiften inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2006 tot en met 2015 geen buitenlandse bankrekeningen opgegeven, terwijl uit een anonieme fraudemelding en latere renseignementen bleek dat hij rekeningen aanhield bij banken in Hong Kong met aanzienlijke saldi.
De Belastingdienst legde navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen op, welke door belanghebbende werden aangevochten bij de Rechtbank. De Rechtbank oordeelde dat de aanslagen en boetes terecht waren opgelegd, maar matigde de boetes en stelde de heffingsgrondslag vast op basis van de bankafschriften.
In hoger beroep heeft het Gerechtshof de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Het Hof vond dat de Rechtbank terecht de bewijslast bij de Inspecteur legde, dat de bankafschriften authentiek waren en dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde tegen het bestaan van de rekeningen. Het Hof oordeelde dat belanghebbende bewust vermogen buiten het zicht van de Belastingdienst heeft gehouden en dat de boetes passend zijn.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is op 25 februari 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de Rechtbankuitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond.