De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, met een proeftijd van 1 jaar, wegens mishandeling van zijn echtgenote door haar met aanmerkelijke kracht bij de nek/hals vast te grijpen.
In hoger beroep bevestigde het hof de bewezenverklaring van mishandeling, maar vernietigde het vonnis omdat het slechts aantekening betrof volgens artikel 378a Sv. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de mishandeling op of omstreeks 10 januari 2021 te Zoetermeer plaatsvond. Het overige ten laste gelegde werd niet bewezen verklaard.
Het hof nam de ernst van het feit zwaar mee, mede vanwege de impact op het slachtoffer en de aanwezigheid van het zoontje tijdens het incident. De verdachte en het slachtoffer hadden een mediationtraject doorlopen met een bevredigende uitkomst, waarbij de verdachte zijn excuses aanbood. Ook werd rekening gehouden met het reclasseringsadvies en het feit dat het paar relatietherapie en psychologische hulp had gezocht.
Gezien de omstandigheden legde het hof een geheel voorwaardelijke taakstraf van 60 uur op met een proeftijd van 3 jaar, zonder bijzondere voorwaarden, maar met een langere proeftijd vanwege de ernst en zorgen over de veiligheid van het gezin. De taakstraf kan worden vervangen door 30 dagen hechtenis indien niet naar behoren uitgevoerd. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per dag voorarrest.
Het arrest werd uitgesproken op 23 december 2021 door het hof Den Haag, waarbij het vonnis van de politierechter werd vernietigd en opnieuw recht werd gedaan.