ECLI:NL:GHDHA:2021:2646
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging teruggeleiding minderjarige naar Spanje bij internationale kinderontvoering
De zaak betreft een geschil over de teruggeleiding van een minderjarige die door de vader zonder toestemming van de moeder van Spanje naar Nederland is overgebracht. De ouders oefenden gezamenlijk gezag uit en de moeder verbleef met de minderjarige sinds september 2020 in Spanje in verband met haar opleiding. De rechtbank had de terugkeer van de minderjarige naar Spanje gelast, wat door de vader in hoger beroep werd bestreden.
Het hof bevestigt de vaststelling dat de gewone verblijfplaats van de minderjarige ten tijde van de overbrenging in Spanje lag, mede gelet op de afspraken tussen de ouders en het feit dat de moeder met toestemming van de vader in Spanje verbleef. De vader handelde zonder toestemming en bracht de minderjarige ongeoorloofd naar Nederland. De vader voerde aan dat terugkeer een ondragelijke situatie zou opleveren wegens strafrechtelijke vervolging in Spanje, maar het hof oordeelt dat dit niet opweegt tegen het belang van terugkeer.
De kosten van het geding worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen proceskosten draagt. De vader wordt veroordeeld tot vergoeding van de door de moeder gemaakte kosten in verband met de ontvoering en teruggeleiding. Het hof wijst het overige in hoger beroep verzochte af en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De terugkeer van de minderjarige naar Spanje wordt gelast en de vader wordt veroordeeld tot vergoeding van kosten.