ECLI:NL:GHDHA:2021:2651
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen schadevergoeding na beleidssepot mishandeling
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Den Haag die een verzoek om schadevergoeding voor gemaakte kosten rechtsbijstand afwees. De strafzaak tegen de verzoeker werd geseponeerd wegens gewijzigde omstandigheden, waarbij sprake was van een beleidssepot en intrekking van een strafbeschikking.
Het hof overweegt dat de toekenning van schadevergoeding op grond van artikel 530 Sv Pro afhangt van een billijkheidsoordeel, waarbij het niet alleen gaat om de waarschijnlijkheid van een veroordeling. Het criterium dat een zaak onmiskenbaar tot niet opleggen van straf moet leiden, wordt door het hof niet gevolgd vanwege jurisprudentie van het EHRM en EU-richtlijnen.
In deze zaak is geen sprake van gronden van billijkheid voor vergoeding van kosten rechtsbijstand. De verzoeker werd verdacht van mishandeling, waarbij de partner melding deed en de politie ter plaatse een rode wang constateerde. De verzoeker had mentale problemen, maar deze waren onvoldoende om toerekenbaarheid aan te tasten. Het sepot was niet gebaseerd op gezondheidstoestand of bewijssepot.
Daarom dienen de kosten van rechtsbijstand en de kosten voor het verzoekschrift voor rekening van verzoeker te blijven. Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt daarmee de afwijzing van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de afwijzing van de schadevergoeding.