ECLI:NL:GHDHA:2021:274
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over partneralimentatie en afwikkeling huwelijkse voorwaarden na echtscheiding
In deze civiele zaken ging het om het hoger beroep tegen beslissingen van de rechtbank Den Haag over partneralimentatie en de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden na ontbinding van het huwelijk van partijen. De man verzocht om partneralimentatie en een verrekening van het vermogen volgens de huwelijkse voorwaarden, terwijl de vrouw haar hoger beroep inzake de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden niet tijdig indiende.
Het hof oordeelde dat de man onvoldoende had aangetoond dat hij niet in zijn levensonderhoud kon voorzien en wees zijn verzoek om partneralimentatie af. Ten aanzien van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden vernietigde het hof het eerdere vonnis voor zover het bepaalde dat de vrouw € 31.170,75 aan de man moest betalen, en stelde het een hoger bedrag van € 32.395,31 vast, inclusief wettelijke rente. De vrouw werd veroordeeld tot betaling van deze som en de rente vanaf 30 december 2019.
Daarnaast verklaarde het hof het hoger beroep van de vrouw niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De beschikking werd uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2021 door een meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Partneralimentatieverzoek man afgewezen, afwikkeling huwelijkse voorwaarden aangepast met betaling door vrouw, hoger beroep vrouw niet-ontvankelijk.