Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om[aangever] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven te beroven, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad, met een vuurwapen meerdere keren in de richting van die [aangever] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
of omstreeks17 april 2016 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [aangever] opzettelijk en
al dan nietmet voorbedachten rade van het leven te beroven, met dat opzet en
al dan nietna kalm beraad, met een vuurwapen meerdere keren in de richting van die [aangever] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
of omstreeks4 december 2018 te Rotterdam
, in elk geval in Nederland alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en),
/of
/of
en/of
of omstreeks04 december 2018 te Rotterdam
, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,een voorwerp, te weten een hoeveelheid geld
(ter waarde van circa EUR 43.200,00)heeft
verworven en/ofvoorhanden gehad
en/of overgedragen en/of omgezet, althans van voornoemd geldbedrag gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte
en/of zijn mededader(s)wist
(en),
althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden,dat bovenomschreven voorwerp geheel
of gedeeltelijk- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.
Ten aanzien van feit 1
- [e-mailadres1];
- [e-mailadres2];
- [e-mailadres3.
en[e-mailadres3]
.
in de nacht van 16 op 17 april 2016
Ten aanzien van feit 3
- De verdachte heeft in 2012 een schadevergoeding van 26.235 euro van justitie gekregen.
- De verdachte heeft verklaard het geld van de schadevergoeding na zijn detentie, die tot
- De verdachte was van 13 januari 2012 tot 22 februari 2016 gedetineerd.
- Op de terechtzitting in eerste aanleg van
- Uit het dossier blijkt dat de Mercedes op 10 maart 2018 is aangeschaft voor een bedrag van 24.000 euro.
- De verdachte heeft op de terechtzitting in hoger beroep ook verklaard geen boekhouding van zijn autohandel te hebben bijgehouden. Hij wil geen specifieke aantallen van verhandelde auto’s noemen;
- Uit navraag bij het RDW, alsmede uit het financieel onderzoek, volgt dat de verdachte geen auto’s op zijn naam heeft gehad in de periode na het ontvangen van de schadevergoeding.
- Een van de auto’s waarover verdachte wel heeft verklaard betreft de Mercedes die de verdachte vlak voor zijn aanhouding in het kader van de onderhavige zaak zou hebben doorverkocht aan [getuige4]. Laatstgenoemde zou de auto op 24 november 2018 hebben gekocht. Op 25 november 2018 zou [getuige4] voor die auto een bedrag van € 16.000,- in contanten en een Rolex ter waarde van € 15.000,- aan de verdachte hebben gegeven. Nadat de Mercedes eerst op naam van een nichtje van [getuige4] heeft gestaan, is de auto op 10 december 2018 op naam van [getuige4] gezet, meteen geschorst, en vervolgens op 20 februari 2019 weer van de hand gedaan.
- Op 8 december 2020 is [getuige4] bij de raadsheer-commissaris gehoord. Hij heeft verklaard een bedrag van € 15.000,- in coupures van € 50,- aan de verdachte te hebben gegeven. [getuige4] heeft niet duidelijk kunnen maken waarom hij de Mercedes destijds – heel snel – heeft gekocht, noch heeft hij een aannemelijke verklaring gegeven voor het feit dat de Mercedes eerst op naam van zijn nichtje, die hieromtrent overigens niet heeft willen verklaren, is gezet. Ook heeft hij geen aannemelijke verklaring gegeven voor de schorsing van de Mercedes direct nadat deze op zijn naam was gesteld.
- De verdachte en zijn vriendin hebben bij de politie niet verklaard over het bedrag dat de verdachte even daarvoor van [getuige4] zou hebben ontvangen voor de Mercedes.
- Uit financieel onderzoek betreffende [getuige4] volgt dat in de periode van 12 februari 2019 tot 6 november 2020 het saldo van zijn spaarrekening met
1.
medeplegen van poging tot moord;
2.
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II;
en
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
3.
witwassen.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) jaren.
Verklaard verbeurd het aan de verdachte toebehorende geldbedrag van € 18.700,-.
teruggaveaan [rechthebbende] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: