ECLI:NL:GHDHA:2021:383
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging faillissement en afwijzing omzetting in schuldsanering
Appellant is door de rechtbank Den Haag failliet verklaard op 12 januari 2021. Hij stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het faillissement had uitgesproken omdat hem niet de mogelijkheid was geboden om eerst een verzoek tot schuldsanering in te dienen binnen de wettelijke termijn van veertien dagen.
Het hof overwoog dat de termijn van veertien dagen vangt aan bij verzending van de brief door de griffier van de rechtbank en niet bij de betekening door geïntimeerde. Appellant had de ontvangst van de brief niet betwist en had geen verzoek tot schuldsanering ingediend binnen de termijn. Daarnaast was voldoende gebleken dat appellant in staat van faillissement verkeerde, omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij zijn schuldeisers, behalve geïntimeerde, had betaald.
Het hof concludeerde dat het faillissement terecht was uitgesproken en dat het verzoek tot omzetting in schuldsanering in hoger beroep niet kan worden ingewilligd omdat dit verzoek bij de rechtbank moet worden ingediend. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Den Haag van 12 januari 2021.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het faillissement en wijst het verzoek tot schuldsanering af.