Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 15 maart 2021
[appellant],
Het geding
De beoordeling van het hoger beroep
bekrachtigd.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
Appellant was sinds 2018 toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, maar de rechtbank beëindigde deze regeling tussentijds in januari 2021 vanwege het niet nakomen van verplichtingen, het ontstaan van nieuwe bovenmatige schulden en het benadelen van schuldeisers.
In hoger beroep betwistte appellant de beëindiging, maar het hof stelde vast dat appellant een bankrekening bij Knab niet had vermeld bij het verzoek tot toelating en tijdens de toelatingszitting. Op deze rekening werden bedragen gestort, waaronder een verzekeringsuitkering die appellant gebruikte voor privé-uitgaven zoals gokken en een vliegreis, zonder deze aan de bewindvoerder te melden.
Het hof oordeelde dat appellant zijn informatie- en afdrachtverplichtingen niet was nagekomen en dat hij bovenmatige schulden had laten ontstaan. Ook werd vastgesteld dat feiten en omstandigheden die tot afwijzing van het verzoek tot toelating hadden kunnen leiden, bij de rechtbank onbekend waren gebleven.
Het verzoek van appellant om de regeling te verlengen om tekortkomingen te herstellen, werd afgewezen vanwege ernstige gedragingen die medewerking aan een doeltreffende uitvoering van de regeling uitsluiten. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 8 januari 2021.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming en het ontstaan van nieuwe schulden.