Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
- op 7 februari 2020 een brief van diezelfde datum met als bijlage een V-formulier van eveneens diezelfde datum met bijlagen;
- op 6 maart 2020 een V-formulier van diezelfde datum met bijlage;
- op 14 oktober 2020 een V-formulier van 13 oktober 2020 met bijlagen;
- op 19 oktober 2020 een V-formulier van diezelfde datum met bijlagen;
- op 22 oktober 2020 een brief van diezelfde datum met bijlage (productie 14);
- op 22 oktober 2020 een V-formulier van diezelfde datum met bijlage (productie 15);
- op 19 oktober 2020 een V-formulier van diezelfde datum met bijlage;
- op 21 oktober 2020 een V-formulier van diezelfde datum met bijlagen;
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
primair
het hof begrijpt: de in dezen door het hof te wijzen beschikking;
gezamenlijkverzoek van de gerechtigden aan de (kanton)rechter vereist is. Het hof is van oordeel dat deze door erflater opgestelde opeisbaarheidsregeling geen verboden delegatie van testeerbevoegdheid inhoudt als bedoeld in artikel 4:42 lid 3 BW Pro omdat de uiterste wilsbeschikking niet afhankelijk is van de wil van een derde, maar deze regeling de condities bevat waaronder de bedoelde geldvorderingen opeisbaar kunnen worden.