ECLI:NL:GHDHA:2021:591
Gerechtshof Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheren in procedure voorlopig getuigenverhoor
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de raadsheren van het gerechtshof Den Haag die betrokken waren bij een procedure over een voorlopig getuigenverhoor tussen verzoeker en Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond en Stichting Enver. Het verzoek betrof vermeende partijdigheid en procedurele onregelmatigheden, zoals het niet tijdig ontvangen van het verweerschrift en het niet kunnen vinden van een advocaat.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat de algemene klachten over het hof en procedurele beslissingen geen grond vormen voor wraking. Er is geen sprake van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. De kamer benadrukte dat wraking niet kan worden gebruikt als verkapt rechtsmiddel tegen procedurele beslissingen.
Na het horen van partijen en het bestuderen van de stukken concludeerde de wrakingskamer dat de procedure correct was gevolgd en dat er geen aanwijzingen waren voor partijdigheid. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen, evenals het verzoek tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.