ECLI:NL:GHDHA:2021:598
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep in internationale kinderontvoeringszaak wegens te late indiening
In deze zaak ging het om een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag waarin het verzoek tot teruggeleiding van een minderjarige naar Indonesië was afgewezen. De moeder, appellant, diende het beroepschrift één dag na het verstrijken van de beroepstermijn in.
Het hof overwoog dat rechtsmiddeltermijnen van openbare orde zijn en strikt moeten worden nageleefd. Er was geen sprake van een apparaatsfout of andere bijzondere omstandigheden die een uitzondering op de strikte termijn rechtvaardigen. Het feit dat het beroepschrift tijdig per e-mail aan de advocaat van de tegenpartij was verzonden, was niet relevant voor de ontvankelijkheid.
De moeder werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep. Daarnaast werd zij veroordeeld in de proceskosten van de vader, vastgesteld op €1.114,-, omdat deze kosten verband hielden met de mondelinge behandeling waarvoor de vader kosten had moeten maken door de omissie van de moeder. Het griffierecht werd buiten beschouwing gelaten omdat de vader geen schriftelijk verweer had gevoerd.
Uitkomst: De moeder werd niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten van de vader van €1.114,-.