Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
€ 124.416,-, aan de vrouw dient te voldoen;
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De motivering van de beslissing
€ 44.923,01 dient te betalen.
Gerechtshof Den Haag
De zaak betreft een hoger beroep over de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden en de verdeling van eenvoudige gemeenschappen na echtscheiding tussen partijen gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een periodiek verrekenbeding.
De rechtbank had de echtscheiding uitgesproken en de verdeling van woningen en financiële rechten vastgesteld, waaronder de toedeling van de woning aan de vrouw, de overname van hypotheekschuld door de vrouw, en de verdeling van verkoopopbrengsten en bankrekeningen. De man stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte bepaalde beslissingen had genomen, waaronder de toedeling van woningen en de vergoeding van aankoopkosten.
Het hof overwoog dat de man zijn stellingen onvoldoende had onderbouwd, met name over de vergoeding van aankoopkosten en de vermeende ongerechtvaardigde verrijking van de vrouw. De toedeling van de woning aan de vrouw werd bevestigd omdat de man geen belang meer had bij de toedeling en de vrouw een zwaarder belang had. Ook werd vastgesteld dat de man de helft van de verkoopopbrengst van een woning aan de vrouw moet voldoen omdat hij het bedrag zonder overleg op een privérekening had gestort.
De klachten van de man over de kosten van de huishouding en andere vorderingen werden afgewezen wegens gebrek aan duidelijkheid en onderbouwing. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees de overige vorderingen van de man af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst de vorderingen van de man af, behalve de verplichting tot betaling van de helft van de verkoopopbrengst aan de vrouw.