Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] , en
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] ;
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
€ 501.948,18. Van dit bedrag is € 117.949,71 opgegaan aan vermogensschade die de man direct naar aanleiding van en na het ongeluk heeft geleden (onder meer ziektekosten, hulpverlening/aanpassingen).
Een bedrag van € 35.000,- is uitgekeerd ten titel van smartengeld en € 349.034,37 voor het verlies van arbeidsvermogen. Voorts staat tussen partijen vast dat een bedrag van € 381.984,18 aan schadevergoeding op 27 november 2006 is gestort op de en/of rekening van partijen. Partijen zijn op [huwelijksdatum] 2007 in gemeenschap van goederen gehuwd en hebben op 24 augustus 2007 de voormalige echtelijke woning gekocht voor een bedrag van € 225.563,64. De koopsom van de woning is volledig betaald van de gezamenlijke rekening. Niet in geschil is dat de aankoop van deze nog steeds aan partijen toebehorende woning zonder externe financiering mogelijk was uitsluitend vanwege het feit dat van de schade-uitkering aan de man op de en/of rekening van partijen nog voldoende resteerde om de aankoop van deze woning te kunnen betalen.
€ 225.563,64.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
7 april 2021.