Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 21 april 2021
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Vaststaande feiten
Oordeel van de Rechtbank
Hof] Zvw 2016.
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende, enig bestuurder en aandeelhouder van een BV die in 2016 niet tijdig aangifte IB/PVV en Zvw deed, werd ambtshalve aangeslagen op een belastbaar inkomen van €45.000. Na herinnering en aanmaning diende zij pas na oplegging van de aanslag een aangifte in met nihil inkomen. De rechtbank wees het beroep af en bevestigde de aanslag op grond van een redelijke schatting gebaseerd op omzet en gebruikelijk loon.
In hoger beroep voerde belanghebbende overmacht aan wegens een ernstig auto-ongeluk in september 2017 met whiplash, waardoor zij niet tijdig aangifte kon doen. Het Hof verwierp dit beroep omdat de termijnen voor aangifte al voor het ongeval waren verstreken en belanghebbende geen vervanger had aangewezen. De omkering en verzwaring van de bewijslast bleef van toepassing.
De Inspecteur had de aanslag gebaseerd op een redelijke schatting van het gebruikelijk loon, rekening houdend met omzet en loon van het daaropvolgende jaar. Belanghebbende kon dit niet overtuigend weerleggen. Ook de opgelegde verzuimboete en belastingrente werden gehandhaafd. Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de redelijke schatting van de belastingaanslag 2016 en wijst het beroep op overmacht af, waardoor de aanslagen, belastingrente en verzuimboete gehandhaafd blijven.