ECLI:NL:GHDHA:2021:825
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verzoek voorlopige hechtenis
In deze zaak heeft de verdachte hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van een verzoek tot opheffing van zijn voorlopige hechtenis. Tijdens de zitting in eerste aanleg was echter geen dergelijk verzoek ingediend, maar slechts een verzoek tot schorsing, dat was afgewezen. Het hof heeft het hoger beroep in raadkamer behandeld en vastgesteld dat het hoger beroep niet ontvankelijk is omdat het niet gericht is tegen een toegelaten beslissing.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 406 Sv Pro hoger beroep tegen een beslissing tot schorsing van voorlopige hechtenis niet mogelijk is, en dat het hoger beroep slechts gelijktijdig met dat tegen de einduitspraak is toegelaten, met uitzondering van enkele in de wet genoemde gevallen die hier niet van toepassing zijn.
Daarom verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk. De beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Den Haag op 6 mei 2021, waarbij de verdachte via telehoren is gehoord in verband met coronamaatregelen.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een verzoek tot opheffing van voorlopige hechtenis in eerste aanleg.