Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
6.De beslissing
[e-mailadres]www.uza.be;
;
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak staat het geschil over het gezag en omgangsrecht van een minderjarige centraal, waarbij het biologische vaderschap wordt betwist. De vader, die het gezag en omgangsrecht wenst, wordt door de moeder en haar partner betwist als biologische vader. De rechtbank had het gezag aan de moeder toegekend en omgang aan de vader ontzegd, wat de vader aanvecht in hoger beroep.
Het hof overweegt dat de door partijen overgelegde DNA-rapporten tegenstrijdig zijn en gelast daarom een onafhankelijk DNA-onderzoek door een deskundige in België. Dit onderzoek moet vaststellen of de vader of de partner van de moeder de biologische vader is. Beslissingen over gezag, omgang en de benoeming van een bijzondere curator worden aangehouden totdat het DNA-onderzoek is afgerond.
De moeder en haar partner stellen dat de vader niet de biologische vader is en verzoeken vernietiging van de erkenning. Het hof oordeelt dat de partner niet-ontvankelijk is in zijn verzoek tot vernietiging van de erkenning, omdat hij niet tot de wettelijk bevoegde personen behoort en bovendien de strikte maatstaf van toepassing is die niet is overschreden. Het hof benadrukt het belang van het DNA-onderzoek voor de voortgang van de zaak en de belangen van de minderjarige.
Uitkomst: Het hof gelast DNA-onderzoek naar het biologische vaderschap en houdt beslissingen over gezag en omgang aan.