ECLI:NL:GHDHA:2022:1331
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging onderhoudsbijdrage na weigering medewerking DNA-onderzoek in familierechtzaak
In deze civiele familierechtzaak stond de vraag centraal of de man gehouden is tot het betalen van kinderalimentatie voor de minderjarige. De man weigerde herhaaldelijk zijn medewerking te verlenen aan een DNA-onderzoek dat bedoeld was om zijn vaderschap vast te stellen.
Het hof heeft de man meerdere malen de gelegenheid geboden alsnog mee te werken aan het DNA-onderzoek. Gezien de weigering van de man en de eerdere beoordeling dat de gemeente voldoende aannemelijk had gemaakt dat de man de verwekker kon zijn, heeft het hof aan de weigering de juridische consequenties verbonden.
Het hof concludeerde dat de man als vaststaand de vader is en op grond van artikel 1:394 BW Pro verplicht is bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. De rechtbank had reeds een verhaalsbijdrage vastgesteld die het hof in overeenstemming met de wettelijke maatstaven achtte en daarom bekrachtigde.
De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De verzoeken van de man die afwijken van de bestreden beschikking werden afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot betaling van onderhoudsbijdrage door de man na diens weigering mee te werken aan DNA-onderzoek.