Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de officier, [naam officier] , vertegenwoordigd door haar advocaat en een kantoorgenoot, de heer mr. T.J. Crom;
- verweerder, bijgestaan door zijn advocaat.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een overschrijding van de wettelijke termijn van vier weken voor het nemen van een beslissing over een zorgmachtiging onder de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) automatisch recht geeft op schadevergoeding. Verweerder stelde dat de termijn met 57 dagen was overschreden en dat hem daardoor immateriële schade was toegebracht.
De officier betwistte het recht op schadevergoeding en voerde aan dat de termijnoverschrijding deels voor rekening van verweerder kwam, omdat hij vrijwillig zorg accepteerde waardoor de voorbereiding van de zorgmachtiging werd geschorst. Ook stelde zij dat de toegekende schadevergoeding te hoog was en dat de hoogte moest aansluiten bij het kader van artikel 6 EVRM Pro.
Het hof oordeelde dat de wettelijke regeling in artikel 10:12 lid 3 Wvggz Pro een laagdrempelige schadevergoedingsregeling beoogt voor kwetsbare personen met psychiatrische aandoeningen. Daarom is het niet relevant in wiens risicosfeer de termijnoverschrijding ligt. Het hof stelde vast dat de termijn met 57 dagen was overschreden en dat verweerder daardoor immateriële schade had geleden door stress en onzekerheid.
Het hof vond de door de rechtbank toegekende dagvergoeding van €10 billijk en bevestigde de bestreden beschikking. Het beroep van de officier werd afgewezen. Hiermee werd het recht op een schadevergoeding bij termijnoverschrijding onder de Wvggz bevestigd, ongeacht de oorzaak van de overschrijding.
Uitkomst: Het hof bevestigt de schadevergoeding van €10 per dag wegens overschrijding van de wettelijke termijn voor een zorgmachtiging onder de Wvggz.