ECLI:NL:GHDHA:2022:1460
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- J.A.M.J. Janssen-Timmermans
- O.M. Harms
- R. van der Hoeven
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bedreiging met vuurwapen wegens ontbreken bewijs echt wapen
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf voor meerdere feiten, waaronder bedreiging met een vuurwapen. In hoger beroep werd het geschil beperkt tot de bedreiging met een vuurwapen op 4 september 2019 in Zoetermeer.
De verdachte had de aangever opgehaald om een geldbedrag te innen, waarbij een worsteling ontstond en de verdachte twee keer schoot in de richting van de aangever en medeverdachte. De aangever verklaarde niet geraakt te zijn, maar meldde later een schampschot aan zijn heup. Het hof kon echter niet vaststellen dat dit daadwerkelijk een schotwond betrof, mede omdat geen kogels of hulzen werden gevonden en medische verklaringen hierover onduidelijk waren.
De verdachte verklaarde dat hij met een neppistool had geschoten, dat knallen maakte maar geen kogels afvuurde. Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat de verdachte een echt vuurwapen gebruikte, waardoor hij vrijgesproken werd van de bedreiging met een vuurwapen. Voor de overige bewezenverklaarde feiten legde het hof een gevangenisstraf van twee jaar op, met aftrek van voorarrest. Daarnaast werden enkele telefoontoestellen verbeurd verklaard en werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van bedreiging met een vuurwapen wegens onvoldoende bewijs en veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf voor andere feiten.