ECLI:NL:GHDHA:2022:1461

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
24 maart 2022
Publicatiedatum
3 augustus 2022
Zaaknummer
2200327220
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens intrekking door verdachte en OM

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Den Haag op 24 maart 2022 uitspraak gedaan over het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 18 november 2020. De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf voor een deel van de tenlasteleggingen en vrijgesproken van andere tenlastegelegde feiten. Zowel de verdachte als het openbaar ministerie hadden hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis.

Na het instellen van het hoger beroep en het indienen van grieven, hebben zowel de verdachte als de advocaat-generaal het hoger beroep op 22 maart 2022 ingetrokken. Omdat de zaak reeds op zitting was geweest, kon het hoger beroep niet meer worden ingetrokken. Het hof concludeerde dat de grieven niet langer bestonden en zag geen reden voor inhoudelijke behandeling.

Op grond van artikel 416 van Pro het Wetboek van Strafvordering verklaarde het hof zowel de verdachte als het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Hierdoor blijft het vonnis van de rechtbank Rotterdam ongewijzigd van kracht. De uitspraak werd gedaan door mr. T.J. Sleeswijk Visser, mr. M. Koole en mr. V.M. de Winkel, waarbij laatstgenoemde niet in staat was het arrest te ondertekenen.

Uitkomst: Het hof verklaart verdachte en openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, waardoor het vonnis van de rechtbank blijft staan.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003272-20
Parketnummer: 10-960049-20
Datum uitspraak: 24 maart 2022
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 18 november 2020 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Sovjet-Unie) op [geboortedatum] 1984,
adres: [adres],
thans gedetineerd in [detentieadres].
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 24 maart 2022 gevorderd dat zowel het openbaar ministerie als de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 tenlastegelegde partieel en van het onder 3 tenlastegelegde integraal vrijgesproken en ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van het voorarrest. Voorts is een beslissing genomen omtrent de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Ontvankelijkheid van de verdachte en het openbaar ministerie in het hoger beroep
Namens de verdachte en door de officier van justitie is op respectievelijk 24 november 2020 en 1 december 2020 hoger beroep ingesteld. Op 7 december 2020 heeft de verdediging haar grieven tegen het vonnis waarvan beroep kenbaar gemaakt door middel van een appelschriftuur. De officier van justitie heeft op 14 december 2020 een appelschriftuur houdende grieven tegen het vonnis waarvan beroep ingediend. Namens de verdachte en door de advocaat-generaal is het hoger beroep op 22 maart 2022 ingetrokken. Nu de zaak reeds op zitting heeft gestaan, kan het hoger beroep niet meer worden ingetrokken. Het hof leidt uit de akten van intrekking evenwel af dat de eerder namens de verdachte en door de officier van justitie geformuleerde grieven tegen het vonnis waarvan beroep niet meer bestaan. Het hof ziet ook ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Gelet hierop zullen zowel de verdachte als het openbaar ministerie, gelet op het bepaalde in artikel 416 van Pro het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. T.J. Sleeswijk Visser,
mr. M. Koole en mr. V.M. de Winkel, in bijzijn van de griffier mr. L.I. Appels.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 maart 2022.
Mr. V.M. de Winkel is buiten staat dit arrest te onderteken.