ECLI:NL:GHDHA:2022:1461
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- T.J. Sleeswijk Visser
- M. Koole
- V.M. de Winkel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens intrekking door verdachte en OM
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Den Haag op 24 maart 2022 uitspraak gedaan over het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 18 november 2020. De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf voor een deel van de tenlasteleggingen en vrijgesproken van andere tenlastegelegde feiten. Zowel de verdachte als het openbaar ministerie hadden hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis.
Na het instellen van het hoger beroep en het indienen van grieven, hebben zowel de verdachte als de advocaat-generaal het hoger beroep op 22 maart 2022 ingetrokken. Omdat de zaak reeds op zitting was geweest, kon het hoger beroep niet meer worden ingetrokken. Het hof concludeerde dat de grieven niet langer bestonden en zag geen reden voor inhoudelijke behandeling.
Op grond van artikel 416 van Pro het Wetboek van Strafvordering verklaarde het hof zowel de verdachte als het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Hierdoor blijft het vonnis van de rechtbank Rotterdam ongewijzigd van kracht. De uitspraak werd gedaan door mr. T.J. Sleeswijk Visser, mr. M. Koole en mr. V.M. de Winkel, waarbij laatstgenoemde niet in staat was het arrest te ondertekenen.
Uitkomst: Het hof verklaart verdachte en openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, waardoor het vonnis van de rechtbank blijft staan.